Een gesprek

Een passage uit het boek Gönül Sohbetleri (Innerlijke gesprekken) van Ömer TUĞRUL INANÇER

-Hoe kan men liefde ontwikkelen? 

Ö. Tuĝrul Inançer: Liefde ontwikkeld zich niet het is een dâd-ı Hakk, Gods geschenk. Het is een geschenk van God aan de mens, maar men moet hem kennen om het hart aan de liefde te kunnen openen. Men gebruikt het verstand om hem te kennen en wanneer je hem eenmaal kent wordt je vanzelf verplicht en gedwongen om lief te hebben. Degenen die onze profeet niet liefhebben zijn degenen die hem niet kennen. Ik ben niemand tegengekomen die hem kende en niet liefhad. Noch in de geschiedenis, noch vandaag… Want we zijn allen door “Venefehna min rûhî ” 3Wij bliezen hem van ons ziel een ziel in. (Enbiya, 21/91)  mensen die dezelfde ziel delen en nakomelingen van Adam. Gelovige, wijze, huichelaar, heiden, dit zijn enkel benamingen. Als mens zijn we allen nakomelingen van Adam en we dragen allen sporen van “Venefehna min rûhî ”, de oorsprong. Daardoor voelen we ons goed wanneer we gedrag vertonen dat in overeenkomst is met deze wijze basis eigenschap. En als je vraagt hoe het hart voldoening verkrijgt: Dat is eenvoudig, in een hoofdstuk zegt God op een duidelijke manier dat door iedereen te begrijpen is: “Elâ bi zikrullâhi tatmeinnül kulûb”, weet dat jullie harten alleen voldoening kunnen kennen door de naam van God te reciteren. 2  Ra’ad, 13/28

-Even ter herinnering: Zhikr wordt als herinneren omschreven. 

In het woordenboek wordt het omschreven als “herinneren”. Maar de liefhebbende vergeet zijn geliefde niet en om zich te kunnen herinneren moet men eerst vergeten zijn. Dus de zhikr is in de eerste fase zich herinneren, en de laatste fase het verkondigen van de liefde, en op deze wijze een samenzijn, een hereniging ervaren. De sfeer van hereniging beleven.

Toen ik met Said Çekmegil –moge hij in vrede rusten – die een wetenschapper van de rationalistische orde was, over zhikr sprak heeft hij het volgende tegen mij gezegd: “Jullie zeggen God, God, God, maar vragen niets van hem. Je zou je probleem aan hem moeten vertellen om tot een oplossing te komen.” Deze benadering leek mij zeer rationalistisch en pragmatisch. Zijn waarneming was dat zhikr lezen, studeren was. Sommigen zijn het met hem eens..

Goed maar wat is dan, “ya eyyühellezîne, âmenûzkurûllahe, zikren kesîra”,   O gelovigen! Reciteer de naam van God heel, heel vaak? Het betekent zeker niet dat. Het is natuurlijk open voor interpretatie. Je gaat onder de raam van je geliefde staan en zegt uren lang alleen maar “jij bent mooi, jij bent mooi”. En je kunt er geen genoeg van krijgen om dit te zeggen. En de geliefde die zo veel woorden van jou te horen krijgt, zal deze niet een klein beetje van haar schoonheid aan jou tonen? Zelfs een kat zal zijn hoofd naar jou toe strekken wanneer je hem aait. De kat bedoelt daarmee “Aai me nog een beetje”. Zelfs het meest wilde dier wordt rustig wanneer hij liefde voelt. Dat is wat liefde is. Je zegt zo veel keren God, God, God; zal God dan niet in zijn Godheid het licht laten zien. En gedurende de “zhikrullah” zegt men niet alleen Allah, maar de andere namen worden ook genoemd. Dit leren we uit de volgende hadis-i sharif: “De namen van God bevatten in het bijzonder negenennegentig namen die, wanner u deze reciteert, u het paradijs zult vinden”. Reciteren omslaat een zeer brede scala aan betekenissen. De eerste fase is het herhalen, de laatste fase is een hoger besef van moreel verkrijgen door de betekenis die de namen bevatten. God heeft negenennegentig namen, zegt men. Dit is een uiterst foutieve interpretatie die stamt uit het niet goed kennen van de hadis, gezegden van de Profeet. De Profeet zegt niet dat God negenennegentig namen heeft. Er zijn negenennegentig namen onder de namen van God, -hier wordt het woord esmâ (naam) in veelvoud gebruikt maar in het Turks zegt men ten onrechte dat het hier om enkelvoud gaat. Dus het is onjuist om het getal in te perken. Dit zijn de bijzondere namen die de Profeet uit alle namen geselecteerd en doorgegeven heeft. De heilige Ibn-i Arabî zegt, “Ik kon ongeveer tienduizend namen vaststellen. En in alle namen zag ik de schaduw van de naam van onze Profeet.” Natuurlijk begrijp niet iedereen Ibn-i Arabî; iedereen leest nu wel Füsûs maar als je geen kennis van geloof hebt kan je niets van Füsûs begrijpen. Leer eerst de geboden van het water, welk water gebruik je voor de rituele wassing; dat weet jij niet eens. Füsûs lezen is ook niet voor iedereen weggelegd. Dit lijkt op het volgende: Je laat een kind op de basisschool anatomie lezen en de leerling zegt vervolgens, ik ben arts. Kan zoiets? Is het werkelijk zo eenvoudig? Elke studie van kennis heeft zijn eigen stijl van opleiding.

-Laten we over de manier van zhikrullah spreken… Bijvoorbeeld als een man alleen maar naar het vrijdag gebed gaat en verder elke dag tienduizend, twintigduizend maal reciteert. Zou dit in orde zijn?

Zoiets kan niet. Het klopt niet.

-Dus u zegt dat zhikrullah enkel effect heeft nadat de verplichtingen nagekomen zijn. 

Mensen die zeggen dat ze de staat van volmaaktheid bereikt hebben maken loze beweringen. Niet één van de grote persolijkheden waarvan algemeen aanvaard wordt dat ze de staat van volmaaktheid bereikt hebben heeft zoiets gezegd. De heilige Abdülkâdir’s, de heilige Mevlana’s, de meer recente Hacı Bayram-ı Veli’s, de heilige Mahmud Hüdâî’s geen van alleen hebben zoiets beweerd. Ze hadden allen een grote kennis van het geloof en waren serieuze beoefenaars. Daarop volgend hebben zij de staat van volmaaktheid bereikt. Wanneer wij teksten over de heilige Mevlana (Mevlana Celaleddin Rumi) lezen, hetzij de teksten van Sipahsâlar, hetzij van Ahmet Eflâki, leren wij dat hij bad totdat zijn voeten opzwelden. Selâhattin Zerkûb-i Konevî verteld bijvoorbeeld: “Op een winter avond in Konya waren we in gesprek. De Heilige kreeg het warm en ging naar buiten. Buiten was het ijskoud. Een heldere nacht. Het vriest. Ik wilde niet dat mijn Meester het koud kreeg dus ging ik naar buiten om hem naar binnen te roepen. Ik keek buiten. Hij zat geprostreerd. Hij zal zich nu oprichten dacht ik, en ik wachtte. Hij bewoog zich niet. Ik ging dichterbij. Hij had gehuild, en zijn tranen hadden ijspegels gevormd. De grond en zijn oog waren door een ijspegel aan elkaar verbonden. Hij bleef zoals hij was. Om te voorkomen dat het ijs zijn huid zou beschadigen blies ik mijn warme adem op zijn gezicht om het ijs te doen smelten. Daarna smeekte ik hem om met mij naar binnen te komen en dwong ik hem naar binnen.” Wanneer de heilige Mevlana bidt, bidt hij op deze wijze. Ja, en nadat hij zijn gebed heeft gedaan staat hij op om te draaien in de cirkel van de liefde. Dit is een overdaad, de liefde die overstroomt naar de omgeving, een delen etc.

In de oude geschriften, worden de woorden van bijvoorbeeld Bayezid-i Bestâmî overgeleverd: “alleen de zhikrullah waarbij men zichzelf zodanig kwijtraakt dat wanneer men een zwaard in het gezicht zou krijgen men de pijn van het zwaard niet zou voelen, deze zhikrullah is geldig, alle andere vormen zijn slechts imiteren”. Er word verteld dat toen de heilige Ali een pijl in zijn been kreeg hij het gebed ging doen om ervoor te zorgen dat de pijl zich naar buiten zou werken. Wie van ons bidt op deze wijze?